Terminologie

In de medische wereld gebruikt men verschillende normen rond 'perinatale sterfte'. Hoe zit het juist in elkaar?
Het SPE (Studiecentrum Perinatale Epidemiologie) hanteert volgende begrippen en normen. Deze worden ook gebruikt door de WGO (Wereldgezondheidsorganisatie).

Verlossing
Geboorte van één of meer kinderen met een gewicht van ≥ 500 gram uit één moeder.

Geboorte
Geboorte van één kind, levend of dood, van ≥ 500 gram of van ≥ 22 weken bij onbekend geboortegewicht. Indien beiden onbekend dan geldt een lengte van ≥ 25 cm als criterium.

Vroeggeboorte
Bevalling voor de 37ste zwangerschapsweek.

Laag geboortegewicht
Een geboortegewicht < 2 500 gram.

Foetale sterfte
Ieder doodgeboren kind van ≥ 500 gram.

Vroeg-neonatale sterfte
Overlijden van een levend geboren kind van ≥ 500 gram, vόόr de 8ste dag na de geboorte.

Perinatale sterfte
De som van de foetale sterfte en de vroeg-neonatale sterfte.

Neonatale sterfte
Overlijden van een levend geboren kind van ≥ 500 gram tot en met de 28ste dag na de geboorte.

Post-neonatale sterfte
Overlijden van een levend geboren kind van ≥ 500 gram, vanaf de 29ste dag tot en met de 365ste dag na de geboorte.

Zuigelingensterfte
Overlijden van een levend geboren kind van ≥ 500 gram binnen het eerste levensjaar.

Foeto-infantiele sterfte
De som van de foetale sterfte en de zuigelingensterfte.