Statistiek

Hoe vaak komt het overlijden van een baby nog voor?

In het jaar 2009 overleden 5,8 baby’s op duizend (0,58 %) in Vlaanderen. Dit cijfer bevat zowel de foetale als de vroeg-neonatale sterfte van kinderen met een geboortegewicht van 500 gram of meer. Dit is het laagste cijfer ooit in Vlaanderen geregistreerd.
Houden we enkel rekening met de baby's waarvan het geboortegewicht 1000 gram of meer bedraagt, dan daalt de perinatale sterfte naar 0,34 %.
Op een totaal aantal geboorten van 68.774 overleden 397 kinderen.
Binnen de groep met een geboortegewicht van 500 tot 999 gram zijn er 112 baby's in de baarmoeder en 50 vroeg-neonataal overleden. De perinatale sterfte in deze erg kwetsbare groep bedraagt hiermee 47 %.
In 1991 bedroeg het aantal overlijdens nog 0,84 %.

Wat zijn de voornaamste doodsoorzaken?

De doodsoorzaken van de pasgeborene zijn de voorbije tien jaar amper gewijzigd. Aangeboren misvormingen blijven een belangrijke doodsoorzaak. In heel veel gevallen vindt men gewoon geen oorzaak. In 4 op 10 gevallen van perinatale sterfte is niet geweten waarom het kind overleden is. Voor 2009 zijn volgende gegevens bekend, voor baby’s met een geboortegewicht van meer dan 500 gram:

- Doodgeboren en normaal gevormd: 28,9 %
- Aangeboren misvorming: 25,8 %
- Laag geboortegewicht: 11,2 %
- Hoge bloeddruk of andere ziekte bij moeder: 2 %
- Loslating placenta: 4,8 %
- Zuurstofgebrek en/of trauma bij de baby: 10,7 %
- Oorzaak onbekend: 9,6 %